Dames en heren, meisjes en jongens,
a special welcome to chief warrant officer Rendon - we are honored that you are at this ceremony,
De bijna 13-jarige Appi van Straalen woonde in Zoetermeer, maar ging in Den Haag naar de middelbare school. Toen hij daar op woensdag 13 september 1944 aankwam, mocht hij meteen weer naar huis. Zijn leraar bleek ziek te zijn.
Was Appi blij? Of baalde hij misschien dat hij dat hele eind voor niets had gefietst?
We weten het niet, want in de Tweede Wereldoorlog zat het leven vol gevaren. De Duitse bezetter voerde een schrikbewind en de Engelsen en de Amerikanen en hun bondgenoten probeerden hier een eind aan te maken.
Zo maar uit het niets doken dan ook enkele geallieerde jachtvliegtuigen op. Zij namen vaak spoorlijnen, treinen en voertuigen op de wegen onder vuur, om de Duitse bevoorrading te verlammen. Dit keer kozen ze voor iets in het landelijke gebied tussen Leidschendam en Zoetermeer.
En daar reed Appi...
De jongen gooide zijn fiets aan de kant en dook onder een groentekar die misschien wel het doelwit van die aanval is geweest. Appi werd getroffen. Hij raakte zwaargewond. Niet veel later is hij in het ziekenhuis overleden.

De jonge Appi is een van de vele slachtoffers van het oorlogsgeweld die we vandaag herdenken.
Het zijn de slachtoffers uit onze stad, maar ook uit andere plaatsen, het zijn de burgers en militairen die sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, in Europa, in Zuidoost-Azië of waar ook ter wereld in oorlogssituaties en tijdens vredesmissies zijn omgekomen of vermoord. Bij al die namen hoort een verhaal. En bij elk verhaal was - of is nog steeds - verdriet.

Op die voor Appi zo fatale dag in 1944 vertrok uit kamp Westerbork in de provincie Drenthe het laatste transport met Joodse landgenoten naar de concentratie- en vernietigingskampen in het oosten.
Bergen-Belsen was dit keer de eindbestemming, maar de treinen gingen ook naar Auschwitz, naar Sobibor, Theresienstadt en andere gruwelijke kampen van de nazi's, waar alles slechts om terreur en vernietiging draaide.
Jehova's Getuigen, Sinti en Roma, homoseksuelen, verstandelijk gehandicapten en anderen behoorden eveneens tot de slachtoffers van het naziregime.
We denken ook aan de mensen die in verzet kwamen en hier de hoogste prijs voor betaalden en aan alle anderen die leed meemaakten.
Ook in Zoetermeer is veel gebeurd. Ton Vermeulen schreef er jaren geleden een mooi en indrukwekkend boek over, getiteld 'Dorp in Oorlog'. Daarin staan veel citaten van Zoetermeerders die over die periode vertellen. Zij maakten de terreur mee, zij leefden in angst. 
Desondanks durfden koster Piet Wieriks van de Oude Kerk en zijn echtgenote de Joodse mevrouw Querido - en later ook haar dochtertje en haar man - te laten onderduiken. 'Tijdens een razzia heb ik de vrouw en het kind in de kap van de kerk verborgen,' vertelde hij. De Joodse echtgenoot trok intussen gauw wat werkkleding aan en ging met de koster aan de slag op de begraafplaats. 'Ze dachten dat hij een knecht van me was,' zei koster Wieriks.

En het was ook niet voor niets dat we zojuist samen met u, chief warrant officer Rendon, als vertegenwoordiger van de ambassade van de Verenigde Staten van Amerika, kransen legden bij de Oude Kerk, bij het eregraf van de Amerikaanse piloot John McCormick en Jacob Leendert van Rij.
Bij hun onderduikplek in Zevenhuizen kwamen zij eind april 1945 in een vuurgevecht met de Duitsers om het leven.
In het graf liggen ook de verzetsmannen Cornelis van Eerden en Jan Hoorn.
Wat fijn is het daarom, familie Hoorn, dat ook u er vandaag bij bent en zojuist een bloemstuk heeft gelegd.
Want nota bene op 5 mei 1945 maakten Cornelis en Jan zich met een groot aantal andere leden van de Binnenlandse Strijdkrachten op, om onze bevrijding te gaan vieren. Blij en enthousiast verzamelden ze in de Openbare School aan de Dorpsstraat, toen ook hier Duitse militairen verschenen en er volop is geschoten. De twee mannen hebben het niet overleefd.

De meesten van ons maakten die periode niet mee. Het aantal getuigen neemt af. Maar het verhaal over het 'leven met oorlog' mag niet verloren gaan. Al is het alleen al om ervoor te zorgen dat we ons blíjven beseffen hoe kostbaar én hoe kwetsbaar onze vrijheid is. Het is allemaal zó vanzelfsprekend, dat we er vaak niet bij stilstaan hoe bevoorrecht wij zijn.
Toch zijn nu, op dit moment, in Oekraïne, op maar een paar uur vliegen van hier, hevige gevechten gaande.
Soedan, Syrië, Afghanistan en ga zo maar door - wat zich ook dáár afspeelt, zien we in het nieuws en horen we van de vluchtelingen die - gelukkig - ook in onze stad een veilige haven hebben gevonden.
Bij hun verhalen kunnen we ons nauwelijks een voorstelling maken. Wij weten niet beter dan dat we in vrijheid leven.
Dat het ook bij óns heel anders is geweest, mag daarom niet... mag nóóit worden vergeten.
Mijn ouders maakten de oorlogsperiode mee. Het geldt ook voor uw... ook voor júllie vaders en moeders, of grootouders, of misschien wel overgrootouders. Het is aan ons om die herinneringen levend te houden.
Ik hoop, of nee: ik weet zeker dat ook onze scholen hierin een heel actieve rol willen vervullen.
Een goed initiatief is ook de tentoonstelling 'Verzet en Vrijheid' die sinds het afgelopen weekend bij het Historisch Genootschap Oud Soetermeer in de Dorpsstraat te zien is.

De vijf zwarte jaren uit onze geschiedenis waarschuwen voor wat er kan gebeuren als groepen worden uitgesloten. Die vijf zwarte jaren onderstrepen hoezeer we onze vrijheid moeten koesteren en omarmen.
Morgen is het daarom overal feest en vieren we dat we in 1945 zijn bevrijd.
Vandaag zijn we stil en herdenken we.
Dat doen we voor Appi, voor John, voor Jacob Leendert, voor Cornelis, voor Jan en voor miljoenen anderen, waar ook ter wereld. Hun stem mag niet verstommen, Hun verhaal moeten we blijven doorgeven, van generatie op generatie, altijd.

Ik wil uw aandacht vragen voor Eva Pribnow van basisschool De Springplank in Seghwaert. Zij draagt een prachtig gedicht voor dat de 14-jarige Ilja Boersma in het verleden heeft geschreven voor het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Het is getiteld 'De tijd'.